Keuzes maken voor de toekomst van de scheepvaart
De scheepvaart staat voor grote opgaven. De transitie naar duurzame energie, de groeiende aandacht voor veiligheid op een volle Noordzee, geopolitieke spanningen en het effect van het veranderende klimaat op onze rivieren brengen allerlei onzekerheden met zich mee. Welke invloed heeft dit alles op de toekomst van de scheepvaart? Dit bespraken we tijdens de Lichtkogel Experience die plaatsvond bij kennisinstituut MARIN.
Opening met Yvonne Koldenhof, senior project manager en teamleider traffic & safety bij MARIN en Milou Wolters, topadviseur scheepvaart en vaarwegen bij Rijkswaterstaat.

De toekomst van de scheepvaart wordt door meerdere transities die invloed op elkaar hebben bepaald. Dat was de belangrijkste boodschap tijdens het openingsgesprek van de Lichtkogel Experience. Volgens Yvonne Koldenhof van MARIN en Milou Wolters van Rijkswaterstaat komen, als we kijken naar de toekomst van de scheepvaart, verschillende ontwikkelingen samen: klimaatverandering, verduurzaming, digitalisering, verouderende infrastructuur en een toenemende druk op de beschikbare ruimte.
Waar de Noordzee vanaf het strand leeg lijkt, is zij in werkelijkheid een druk gebruikt gebied waar scheepvaart, windparken, natuur, energievoorzieningen en defensie met elkaar om ruimte concurreren. Hetzelfde geldt voor de Nederlandse vaarwegen. Rivieren en kanalen zijn niet alleen belangrijk voor transport, maar ook voor drinkwater, natuur, landbouw en waterveiligheid. Door klimaatverandering neemt de druk op die functies verder toe.
Daar komt bij dat veel bruggen, sluizen en vaarwegen aan het einde van hun levensduur geraken. Tegelijkertijd zijn middelen, grondstoffen en personeel schaars. Volgens Wolters worden keuzes daardoor onvermijdelijk. De uitdaging is om beslissingen te nemen die toekomstige mogelijkheden niet blokkeren. Een brug die vandaag te laag wordt gebouwd of een vaarroute die verdwijnt, dit kan tientallen jaren gevolgen hebben.
Ook de verduurzaming van de scheepvaart blijkt complexer dan vaak wordt gedacht. Alternatieve brandstoffen vragen meer opslagruimte waardoor technische keuzes direct invloed hebben op logistiek en bedrijfsvoering. Daarnaast verandert digitalisering de manier waarop schepen worden bestuurd. Beslissingsondersteunende systemen en autonome technologie bieden kansen, maar roepen ook nieuwe vragen op over veiligheid en betrouwbaarheid.
De Noordzee lijkt steeds meer op een industriegebied
Workshop met Jacqueline van den Bosch, adviseur scheepvaartveiligheid bij Rijkswaterstaat en Carien Droppers, coördinerend specialistisch adviseur zeescheepvaart bij Rijkswaterstaat.

Tijdens een zware storm in 2022 sloeg het vrachtschip Julietta D stuurloos op drift. Het schip botste tegen een tanker, raakte een transformatorplatform en een fundatie van een windpark en miste op het nippertje een gasplatform. Uiteindelijk kon het vlak voor de kust worden weggesleept. Het incident maakte duidelijk hoe kwetsbaar het systeem kan zijn wanneer meerdere risico’s samenkomen.
Tijdens deze workshop verkenden deelnemers hoe de veiligheid van de scheepvaart kan worden gewaarborgd in een gebied waar steeds meer functies samenkomen. Volgens de onderzoekers van Deltares en Rijkswaterstaat zijn veel afzonderlijke veiligheidsmaatregelen aanwezig, maar ontbrak lange tijd de samenhang tussen die maatregelen. Daarom wordt gewerkt aan een geïntegreerd systeem van risicobeheersing waarin kennis, monitoring en besluitvorming beter met elkaar worden verbonden.
De Noordzee-experts presenteerden een toekomstverkenning. Daarin zijn verschillende scenario’s ontwikkeld voor de Noordzee in 2050. In het meest gunstige scenario zorgen betrouwbare technologie, goed opgeleide bemanningen en stabiele geopolitieke omstandigheden voor een relatief veilige situatie. In het meest ongunstige scenario is de Noordzee volgebouwd met windparken, neemt de verkeersdruk sterk toe, worden weersomstandigheden extremer en zorgen geopolitieke spanningen voor extra veiligheidsrisico’s.
De workshop maakte duidelijk dat veiligheid steeds meer vooruitkijken betekent. Niet reageren op incidenten, maar anticiperen op ontwikkelingen die nu al zichtbaar zijn.
Varen in een veranderend klimaat
Workshop met Rolien van der Mark, expert rivierkunde en binnenvaart bij kennisinstituut Deltares, Bert Voortman, senior adviseur rivieren bij Rijkswaterstaat en Roelof Weekhout-Gunsing, coördinator scheepvaart en rivieren bij Rijkswaterstaat.
Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor de binnenvaart. Tijdens de workshop over vaarwegen en rivieren stond de vraag centraal hoe Nederland zijn vaarwegennetwerk in de toekomst betrouwbaar kan houden.
Lage waterstanden vormen daarbij een groeiend probleem. Door langdurige droogte kunnen schepen minder lading meenemen en ontstaan beperkingen voor het transport. Tegelijkertijd veranderen rivieren zelf. Bodemerosie, veranderende afvoeren en extremere weersomstandigheden vragen om nieuwe oplossingen.
De discussie liet zien dat klimaatadaptatie niet alleen een technische opgave is. Aanpassingen aan infrastructuur kosten tijd en geld, terwijl tegelijkertijd keuzes moeten worden gemaakt over ruimtegebruik en investeringen. Bovendien raakt klimaatverandering meerdere functies tegelijk. Hetzelfde water is nodig voor scheepvaart, natuur, landbouw, drinkwater en bescherming tegen overstromingen.
Een belangrijk gespreksonderwerp was daarom de vraag hoe schepen en vaarwegen zich kunnen aanpassen aan grotere schommelingen in waterstanden. Niet één oplossing zal alle problemen wegnemen. De toekomst vraagt om een combinatie van innovatie, flexibiliteit en samenwerking tussen verschillende partijen.
Duurzaam varen vraagt om een systeemverandering
Workshop met Jurrit Bergsma, Manager Knowledge Development Safe and Sustainable M&O, Senior Scientist Integrator bij TNO, PhD Candidate en Marlien Sneller, adviseur duurzame innovatie en transitie, consultant bij TNO Vector.

De energietransitie staat hoog op de agenda van de scheepvaartsector. Tijdens de workshop over duurzame scheepvaart werd duidelijk dat de overstap naar emissiearm of emissieloos varen veel verder gaat dan het vervangen van fossiele brandstoffen.
Nieuwe energiedragers brengen nieuwe uitdagingen met zich mee. Alternatieve brandstoffen hebben vaak een lagere energiedichtheid dan traditionele brandstoffen. Daardoor nemen brandstoftanks meer ruimte in beslag en verandert de verhouding tussen laadvermogen en energievoorziening. Wat op het eerste gezicht een technische innovatie lijkt, heeft daardoor gevolgen voor de hele logistieke keten.
Ook werd aandacht besteed aan innovaties die juist teruggrijpen op oude principes. Windondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van moderne zeilsystemen, kan opnieuw een rol gaan spelen bij lange zeereizen. Tegelijkertijd neemt de rol van digitalisering toe. Beslissingsondersteunende systemen, autonome functies en datagedreven navigatie worden steeds belangrijker.
De workshop maakte duidelijk dat verduurzaming draait om een samenspel van techniek, economie, regelgeving en menselijk handelen. De uitdaging ligt niet alleen in het ontwikkelen van nieuwe technologie, maar vooral in het organiseren van een werkend totaalsysteem.
Kiezen voor de lange termijn van water en vaarwegen
Afsluiting met Astrid Kee, programmadirecteur Maritiem Masterplan, Moritz Krijgsman, marine systems engineer en senior projectmanager bij MARIN en Eduard de van der Schueren, programmadirecteur Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI).
Tijdens het afsluitende panelgesprek kwamen de inzichten uit de verschillende workshops samen. Opvallend was dat dezelfde thema’s steeds terugkeerden: schaarste, onzekerheid en de noodzaak om vooruit te kijken. Naast onzekerheden als de toekomst van klimaat en energie zorgen geopolitieke ontwikkelingen voor nieuwe dreigingen.
Veiligheid en zekerheid op zee, klimaatbestendige vaarwegen en duurzame scheepvaart blijken geen afzonderlijke vraagstukken te zijn. Keuzes op het ene terrein hebben vrijwel altijd gevolgen voor een ander terrein. Juist daarom werd het belang van integraal denken meerdere keren benadrukt.
De deelnemers aan het gesprek waren het erover eens dat de toekomst niet vastligt. Wel kunnen organisaties zich voorbereiden op verschillende scenario’s. Dat vraagt om flexibiliteit, samenwerking en het vermogen om onzekerheid mee te nemen in besluitvorming.
Ondertussen wordt er volop geëxperimenteerd, zoals met een duurzame garnalenkotter (MARIN) en 30 klimaatneutrale demonstratieschepen (Maritiem Masterplan). Bij het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur wordt gewerkt aan het tegengaan van versnippering.
De belangrijkste conclusie van de dag was misschien wel dat de grootste uitdaging niet technisch van aard is. De echte opgave ligt in het maken van keuzes: welke ruimte geven we aan welke functies, welke risico’s accepteren we en welke investeringen vinden we belangrijk genoeg om vandaag te doen voor de wereld van morgen?
Met die vraag eindigde een middag waarin duidelijk werd dat de toekomst van de scheepvaart niet alleen op het water wordt bepaald.
Door Roos van den Hout

MARIN

MARIN is een wereldwijd erkend topinstituut voor maritiem onderzoek. Het instituut staat voor schone, slimme en veilige scheepvaart en duurzaam gebruik van de zee.

