De circulaire economie heeft meer regie en durf nodig

Afgeschreven gebouwen, bruggen en viaducten worden bijna altijd gesloopt en als afval afgevoerd. Maar het bouwmateriaal kan vaak prima worden hergebruikt. Toch is dat is niet een-twee-drie geregeld. Sloop en nieuwbouw lijken op het eerste gezicht namelijk goedkoper. Ook regels en contracten zitten hergebruik in de weg. Wil de materialentransitie slagen, dan is er meer regie en durf nodig van gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat.

De ontmanteling van Boogbrug Vianen
De ontmanteling van Boogbrug Vianen

Nederlanders vinden het scheiden en recyclen van glas en oud papier de gewoonste zaak van de wereld. Wat we met glas en papier doen, kan ook met afgeschreven gebouwen, bruggen, tunnels en viaducten. Ook daar zitten waardevolle materialen in die zich lenen voor hergebruik. Ester van der Voet, emeritus-hoogleraar duurzaam grondstofgebruik bij Universiteit Leiden, legt uit hoe we in een circulaire economie anders met (bouw)materialen omgaan.

Materialenbasis

Alle bestaande materialen om ons heen, zowel op als onder de grond, kunnen we als een enorme 'urban mine’ zien. Hierbij gaat het niet alleen om gebouwen en infrastructuur, maar ook om leidingen en kabels onder de grond. Van der Voet: “Bij de urban mine gaat het om alles wat we nu in gebruik hebben. Als je een volledig circulaire economie hebt, is dat de materialenbasis waarmee we het moeten doen. Daar moet je plannen voor maken. In de traditionele mijnbouw gaat het ook stap voor stap. Experts van een bedrijf zien een interessant stuk grond en vragen zich af wat erin zit. Dan gaat zo’n bedrijf boren, ‘prospecting’ heet dat. Ze gaan na welke concentraties metalen er zijn. En als het resultaat positief is, gaan ze wegen aanleggen, mensen inhuren, er materieel naartoe brengen en vergunningen regelen. Als dat allemaal is gebeurd, kun je beginnen met het exploiteren van de mijn. Daar gaan, vanaf de eerste stap, soms tientallen jaren overheen. Diezelfde stappen moeten we zetten voor de urban mine.”

Goede voorbeelden

Verschillende voorbeelden laten zien dat de eerste stappen inmiddels zijn gezet. Zo is het entreegebouw van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam duurzaam ontmanteld. Radiatoren, wasbakken, toiletpotten, trappen en betonvloeren zijn duurzaam gesloopt en hergebruikt in een nieuwbouwproject in Borne. Van der Voet kent meer voorbeelden. “Hier in Leiden is dit ook met een gebouw op de campus gebeurd. Je ziet het steeds meer.” In de bouw en weg- en waterbouw is volgens haar de meeste winst te behalen. “Als je naar onze urban mine kijkt, gaat het vooral – ongeveer 90 procent – om bouwmaterialen. De bouw, dat is de bulk, zeker wanneer je er ook de infrastructuur bijneemt. Het is een perfect punt om te beginnen, omdat het allemaal in één hand is: die van de overheid. Bovendien komen bouwmaterialen van dichtbij, het gaat om ketens die zich voornamelijk in het binnenland afspelen.”

Het oogsten van betonnen liggers bij de A9
Het oogsten van betonnen liggers bij de A9

Het ‘oogsten’ van betonliggers

Wouter van den Berg van adviesbureau Nebest is betrokken bij projecten die bewijzen dat circulair bouwen mogelijk is. Hij vertelt dat viaducten niet meer rücksichtslos worden gesloopt en als afval afgevoerd. Delen ervan, de liggers, worden hergebruikt. Van den Berg: “In maart 2023 hebben we voor het eerst 35 liggers geoogst uit het Keizer Karelviaduct op de A9. Ze worden ingezet bij een nieuw viaduct voor de A76. Daar maken we van drie oude viaducten één nieuwe.” Dit project is nog maar het begin. “Het is de ambitie van Rijkswaterstaat om nog meer liggers te oogsten uit de A9”, vertelt Van den Berg. “Er is een consortium, Groene liggers V.O.F., gevormd dat de komende twee jaar vierhonderd liggers uit de A9 gaat halen. Een groot deel gaat naar nieuwe projecten en een klein deel slaan we op, die worden later ingezet.”

Eerste obstakel: kwaliteit

Ondanks de goede voorbeelden zijn er nog steeds de nodige obstakels te overwinnen. In de eerste plaats wordt vaak getwijfeld aan de kwaliteit van de gerecyclede materialen, zoals beton. Van der Voet: “Bouwers staan niet te springen om beton te hergebruiken, omdat ze twijfelen aan de kwaliteit. Maar secundair beton kan best goed zijn. En twijfel kun je wegnemen door kwaliteitseisen te introduceren.” Ook bij de projecten van Van den Berg is er aandacht voor de kwaliteit van de materialen. Veiligheid gaat boven alles. “Omdat de liggers geen beugelwapening hebben, gaan we ze nader onderzoeken. Er zijn al wat testen gedaan met veelbelovende resultaten. Binnenkort gaan we vijf van de 35 liggers proefbelasten.”

Bio Bound maakt betonproducten met restproducten: gerecycled olifantsgras en betonpuingranulaat (van zand- tot grindfractie)_web
Bio Bound maakt betonproducten met restproducten: gerecycled olifantsgras en betonpuingranulaat (van zand- tot grindfractie)

Tweede obstakel: kosten

De kosten worden als een tweede obstakel gezien. Omdat circulair bouwen duurder lijkt, kiezen opdrachtgevers vaak voor een goedkopere, traditionele oplossing. Van den Berg heeft er zo zijn twijfels bij. “We weten inmiddels dat demonteren niet duurder hoeft te zijn dan slopen. Je hebt immers geen productiekosten meer van nieuwe materialen. En de benodigde grondstoffen voor nieuwbouw worden er ook niet goedkoper op, integendeel.” Ook Van der Voet betwijfelt of circulair bouwen duurder is, zeker op de langere termijn. “Ontmantelen, ja dat kost wat, vergeleken met ‘boem’, de boel tegen de vlakte gooien. Maar dat kortetermijndenken is uiteindelijk fataal. Denk eens aan de kosten die we moeten maken als de CO2-emissies niet verminderen, de zeespiegel meters stijgt en de helft van ons land onderloopt. Dat kortetermijndenken is zo jammer. Daar hebben we een goed Nederlands spreekwoord voor: ‘Goedkoop is duurkoop’.” Volgens Van der Voet kan beprijzen een oplossing zijn. “Economen zeggen: ‘Doe vooral een heffing, dat werkt’, en dat is ook zo. Een heffing op grondstoffen is wel lastig te realiseren voor geïmporteerde grondstoffen en producten. Maar als je primaire materialen duurder maakt, gaan mensen nadenken over de vraag hoe je erop kunt besparen. Dan zul je zien dat secundair materiaal interessanter wordt.”

Derde obstakel: regelgeving

Een derde obstakel is bestaande regelgeving. Een van de knelpunten is de strikte regulering rondom afval. Van der Voet: “Zodra iets het label ‘afval’ heeft, mag je er niets meer mee doen. Dat moet anders.” Van den Berg loopt in de praktijk tegen contractuele obstakels aan. “In technische zin kan er heel veel, dat is het probleem niet. De belangrijkste uitdaging ligt in de manier waarop we de contracten inrichten. Nu is er geen prikkel om het materiaal te hergebruiken. In een standaardcontract vervalt bij sloop al het materiaal aan de aannemer. Het idee is ‘Het moet zo snel mogelijk tegen de vlakte’. Maar in een ideale wereld is hergebruik het vertrekpunt. Dan staat in het contract dat het kunstwerk circulair gedemonteerd moet worden.”

Dwarsdoorsnede van een circulair boogviaduct
Dwarsdoorsnede van een circulair boogviaduct. Bron: © Ney & Partners NL i.s.m. Besix Nederland

Meer durf tonen

Van den Berg en Van der Voet zien een schone taak weggelegd voor gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat. Opdrachtgevers zouden de regie meer naar zich toe moeten trekken en meer durf moeten tonen. “Er is altijd wel een reden om het niet circulair te doen”, zegt Van den Berg. “Er zijn voorbeelden geweest waarbij ik dacht ‘Dit is een no brainer’, maar waar het toch stukliep op het traditionele denken. Beheerders die simpelweg de ballen niet hadden om de sprong in het diepe te wagen en ook onvoldoende rugdekking kregen vanuit hun organisatie. Leidinggevenden moeten hun mensen faciliteren en zorgen dat zij de stappen kunnen zetten die nodig zijn.” Van der Voet ziet een speciale rol voor Rijkswaterstaat. “Ministeries waaien met de politieke winden mee en volgen nieuwe ministers. Rijkswaterstaat is relatief zelfstandig en onafhankelijk en heeft een enorme expertise opgebouwd. Dus mijn advies zou zijn: geef het goede voorbeeld!”

Nu beginnen

Zowel Van der Voet als Van den Berg zijn optimistisch over de materialentransitie. Bij de energietransitie zijn immers ook grote stappen gezet. Dat gaat ook bij materialen gebeuren. Van der Voet: “Aan het begin van de energietransitie riep iedereen ‘Dat gaat nooit lukken’ en ‘Dat wordt allemaal veel te duur’ en kijk: nu zijn zon- en windenergie goedkoper dan fossiele energie. Die technologie moest ontwikkeld worden en nu zie je dat die klaar is voor de markt. Dan kan het ineens snel gaan.” Achteroverleunen is er volgens haar niet bij. “Je moet er nu aan beginnen. Dan heb je je zaakjes op orde voor het te laat is.”

Jaco Berveling


Ester van der Voet

Ester van der Voet

Ester van der Voet is emeritus-hoogleraar duurzaam grondstofgebruik. Ze is verbonden aan de afdeling Industriële Ecologie van het Centrum voor Milieuwetenschappen (CML), onderdeel van Universiteit Leiden. Van der Voet is vanuit haar expertise nog steeds betrokken bij onderzoek en het begeleiden van promovendi. In 2022 ontving ze de International Society Award in Industrial Ecology.

Wouter van den Berg

Wouter van den Berg

Wouter van den Berg studeerde duurzame bouwtechniek aan de Rotterdam University of Applied Sciences. Sinds 2019 werkt hij als specialist duurzaamheid & circulariteit bij het adviserend ingenieursbureau Nebest. Hij begeleidt verschillende projecten gericht op hergebruik in de bouw en in de grond-, weg- en waterbouw.

“Bij de urban mine gaat het om alles wat we nu in gebruik hebben. Dat is de materialenbasis waarmee we het moeten doen”

“Wij hebben gezien dat demonteren niet duurder hoeft te zijn dan slopen”