Weten en daten in de materialenmarkt

Als je op een verantwoorde manier met materialen wilt omgaan, kan het in kaart brengen van de kenmerken van die materialen daar fors aan bijdragen. Een belangrijke eerste stap is om cruciale informatie over die materialen gestandaardiseerd vast te leggen. Ken je eenmaal de eigenschappen, dan kun je nieuwe bestemmingen verkennen en mogelijk maken. Het Pavement Information Modelling-system en de Excess Materials Exchange zijn twee initiatieven van eigen bodem.

Weten en daten

De weg vastgelegd in data

Pavement Information Modelling-system

Iedereen die weleens in een auto zit, weet dat een weg niet eeuwig goed blijft. Op een gegeven moment moet er toch echt nieuw asfalt komen. Of anders is het wel nodig om de weg te verbreden. Om zo’n klus goed aan te kunnen pakken, willen aannemers alles van zo’n stuk wegdek weten. Welke lagen asfalt liggen er precies op elkaar? Zit er bijvoorbeeld teer in? Want dat maakt hergebruik lastiger. En wat zit er onder dat asfalt?

Helaas waren deze data in het verleden slecht beschikbaar, vertelt Sietse Robroch, product owner van het Pavement Information Modelling-system (PIM). “De benodigde informatie ging steeds verloren na oplevering van een weg. En dus moesten aannemers bij elk onderhoud opnieuw naar buiten om boorkernen te nemen en materiaaleigenschappen te bepalen. Zonde van het geld, en het levert een boel verkeershinder op.” Hoe mooi zou het dan niet zijn om al die data in een gestandaardiseerde vorm vast te leggen en beschikbaar te maken?

Weten_en_daten

Een andere reden voor het gestandaardiseerd vastleggen van data over het wegdek is dat onderhoud aan een weg zelden het werk is van één enkele partij. “Regelmatig is de klus te groot voor één aannemer. Dan wordt er een consortium van meerdere bedrijven opgericht”, zegt Robroch. En binnen zo’n tijdelijke samenwerking is het erg handig als je makkelijk informatie kunt uitwisselen – informatie die bovendien altijd up-to-date is.

Zo’n systeem voor wegdekdata is PIM, waar Robroch en collega’s in 2016 mee zijn begonnen. “Er waren toen heel wat mensen die dachten dat het niets zou worden”, herinnert Robroch zich. “De houding was: elk project is uniek, dus je kunt geen software schrijven die uitgaat van standaardisatie.” Toch kwam die software er. En het werd een succes. Inmiddels werkt een belangrijk deel van de aannemers binnen de wegenbouw en ongeveer 80 procent van de asfaltcentrales ermee.

Een voordeel van PIM is dat de partijen die aan een weg werken allemaal precies hetzelfde asfaltmengsel gebruiken of produceren, zegt Robroch. “Dat was voorheen echt een probleem. Dan werd de samenstelling van zo’n mengsel overgetikt en glipten er fouten in. Of een partij bestelde een mengsel waarvan eerder was besloten om het niet te gebruiken.” Een ander voordeel op de langere termijn: “Als je de samenstelling van het asfalt precies kent, weet je ook hoe je het bij toekomstig onderhoud kunt hergebruiken.”

De volgende stap is om de data uit PIM, in combinatie met andere data, op te slaan in een nieuw systeem, met Rijkswaterstaat als eerste klant: WegWijzer. “Kijk je over tien jaar welke weg welk onderhoud nodig heeft, dan is alle informatie nog steeds beschikbaar.” Bovendien maakt zo’n systeem analyses en beleid op grotere schaal mogelijk. “Stel dat een bepaald type asfalt structureel niet goed blijkt te functioneren, dan kun je met zo’n systeem zien op welke plekken in Nederland dit asfalt is gebruikt.”

De heilige graal van het vakgebied, zo zegt Robroch, is dat je op termijn precies kunt voorspellen wanneer welke weg onderhoud nodig heeft. “Daar is in het verleden ongelofelijk veel onderzoek naar gedaan. Maar zulke studies liepen altijd vast, omdat de data ofwel verloren waren gegaan ofwel zo slecht waren gestandaardiseerd dat je er geen analyses mee kon doen.” PIM en WegWijzer moeten zulke analyses wél mogelijk maken. En dan wordt een slecht stuk wegdek straks misschien wel aangepakt vóórdat er duizenden automobilisten mopperend overheen zijn gehobbeld.

Weten en daten

Datingsite voor restmateriaal

Excess Materials Exchange

Stel: je bent een farmaceutisch bedrijf dat vaccins maakt door eieren met een virus te infecteren. Kun je dan na afloop nog wat met die eieren? Nee, was altijd het antwoord op die vraag; die moeten naar de stort. Om mogelijke alternatieven in kaart te brengen, nam een Britse farmaceut Excess Material Exchange (EME) in de arm. En dankzij deze ‘datingsite voor restmateriaal en afval’, zoals oprichter en CEO Christian van Maaren EME omschrijft, bleken er wel degelijk tweede levens te zijn voor deze eieren. Van de schalen kun je bijvoorbeeld een bestanddeel van cement maken, of de onderlaag van tapijten. Het hergebruik van deze Britse ‘vaccinatie-eieren’ is slechts een voorbeeld van het potentieel van EME. Lantarenpalen, treinrails, koffiedrab… Je kunt het zo gek niet bedenken of er blijkt érgens nog wat mee te kunnen.

Weten_en_daten
Circulair gebouwde onderdelen zijn door Modulo Milieustraten geregistreerd in Madaster en hebben nu een materialenpaspoort

“Een materialenpaspoort is noodzakelijk om restmateriaal een nieuw leven te kunnen geven”, vertelt Van Maaren. “Daarin staat waar het materiaal in kwestie op dat moment voor dient, welke componenten erin zitten, hoe die componenten in elkaar zitten, waar ze van zijn gemaakt enzovoort.” Vervolgens moeten de materialen die van een paspoort zijn voorzien te volgen zijn. “Dat ‘tracken en tracen’ doen we bijvoorbeeld met QR-codes of RFID-tags. Dit zijn labels die data vrijgeven als je er een radiosignaal op afstuurt. Iets wat je kunt scannen om te zien wat je voor je hebt.”

EME evalueert verschillende bestemmingen voor de betreffende materialen. “In de praktijk zijn veel oplossingen die we aandragen niet per se goedkoper dan wat bedrijven nu doen”, zegt Van Maaren. “Maar wij kunnen laten zien welke impact op het milieu je voorkomt met een bepaalde vorm van hergebruik. En dan kan zo’n toepassing ineens wél interessant zijn.” Met dergelijke impactanalyses hoopt Van Maaren ook duurzaamheid ‘uit de knuffelhoek te halen’. Wat hij daarmee bedoelt: “Voorheen was alles wat duurzaam was automatisch goed. Wij willen ervoor zorgen dat instanties en bedrijven op basis van data de beste beslissing kunnen nemen.”

De laatste stap in het proces is het koppelen van een bepaald restmateriaal aan een partij die er wat mee kan. “Eerst kijken we naar de functie. Kunnen we daar nog iets anders mee doen? Zo niet, dan kunnen we de componenten misschien nog hergebruiken. Kan dat ook niet, dan gaan we op zoek naar mogelijkheden voor recycling.”

Tot nu toe zijn vooral grote overheidsorganisaties, zoals Rijkswaterstaat en ProRail, bereid om met EME te werken, zegt Van Maaren. Bedrijven die verder van de overheid afstaan, voelen de noodzaak om mee te doen wat minder. “Grondstoffenschaarste is nog niet echt een probleem. Ook worden bedrijven op dit moment nog niet zo hard afgerekend op de milieu-impact van hun restmaterialen. En dan is het verleidelijk om die in een container te gooien of op de traditionele manier te laten verwerken.”

Maar Van Maaren ziet wel een kentering. “Vroeger voelden we ons met EME vaak een bandje dat op het verkeerde feestje aan het spelen was. Nu lijkt de wereld wakker te worden en zijn mensen steeds meer klaar om de circulaire economie te adopteren.”

Door Jean-Paul Keulen

Weten en daten


Sietse Robroch

Sietse Robroch cv

Sietse Robroch is zelfstandig projectmanager en product owner van het Pavement Information Modelling-system (PIM). Eerder werkte hij meer dan zestien jaar voor bouwbedrijf Heijmans, onder meer als informatiemanager.

Christian van Maaren

Christian van Maaren

Christiaan van Maaren is oprichter en CEO van Excess Materials Exchange (EME). Via dit platform worden restmaterialen en afvalstromen aangeboden en afgestemd met de vraag naar materialen zodat hergebruik mogelijk is. Van Maaren studeerde luchtvaart- en ruimtevaarttechniek aan de TU Delft.

“Hoe mooi zou het dan niet zijn om al die data in een gestandaardiseerde vorm vast te leggen en beschikbaar te maken?”

Pavement Information Modelling-system

Door Pavement Information Modelling-software (PIM) te gebruiken, hebben opdrachtnemers en opdrachtgevers meer inzicht in het wegverhardingsproces en verzamelen ze waardevolle data.

“Als je de samenstelling van het asfalt precies kent, weet je ook hoe je het bij toekomstig onderhoud kunt hergebruiken”

Excess Materials Exchange

Dit digitale platform ontgrendelt het maximale potentieel van de materialen, producten en afvalstromen van bedrijven door ze af te stemmen op de meest waardevolle toepassingen.

“Een materialenpaspoort is noodzakelijk om restmateriaal een nieuw leven te kunnen geven”

“De laatste stap in het proces is het koppelen van een bepaald restmateriaal aan een partij die er wat mee kan”