Op weg naar een circulaire bouwketen

Verduurzaming in de bouw is volgens Sander den Blanken van BAM Infra Nederland een inspanning van álle partijen. Door de lat hoog te leggen, kunnen opdrachtgevers verduurzaming aanjagen. Zij zijn belangrijke gamechangers, maar zeker niet de enige. Zo kunnen bouwbedrijven veel meer innovaties laten zien.

Circulaire bouwketen

De bouwketen is een dynamisch en complex netwerk. Niet alleen werken opdrachtgevers, architecten, stedenbouwkundigen, bouwers en beleggers samen aan bouw- en infraprojecten, maar er zijn ook vervoersbedrijven, afvalverwerkers en eindgebruikers bij betrokken. Hoe ieder met zijn aandeel in het project omgaat, is cruciaal voor de milieu-impact, duurzaam materiaalgebruik en hergebruik, vertelt Sander den Blanken, lid van het managementteam van bouwbedrijf BAM Infra Nederland. “Dit kun je zichtbaar maken in levenscyclusanalyses (LCA) en milieukostenindicatoren (MKI). Afvalverwerkers bijvoorbeeld spelen een sleutelrol in het beheren van bouwafval, wat kansen biedt voor recycling en vermindering van de milieu-impact.” Verduurzaming in de bouw vereist dus een collectieve inspanning. “Geen enkele partij staat op zichzelf”, aldus Den Blanken. “Succes hangt af van de samenwerking en synergie tussen alle betrokkenen, inclusief de toeleveranciers.”

Circulaire bouwketen

Hoe ziet zo’n circulaire bouwketen er dan uit? “Het ideaalbeeld is dat de hele keten gebruikmaakt van hernieuwbare energie, nagenoeg geen niet-hernieuwbare materialen gebruikt, afval terugbrengt in de keten of dit schadeloos teruggeeft aan de natuur. Ook nieuwe eigendoms- en verdienmodellen, andere samenwerkingsvormen, nieuwe ontwerppraktijken en verlenging van de levensduur vormen onderdeel van de benodigde herinrichting.” Volgens Den Blanken zijn opdrachtgevers het invloedrijkst als het gaat om het aanjagen van de circulaire bouwketen. “Als zij structureel ambitieuzer uitvragen dan nu, maken we de kortste klap. Leg de lat maar goed hoog voor ons als opdrachtnemers en beloon dit. Zo start je de estafette.”

Opdrachtgevers kunnen het duurzaamheidstreintje in de bouwketen aanzienlijk versnellen. “We kopen immers allemaal in bij toeleveranciers en jagen elkaar daardoor aan. Tegelijkertijd ligt de meeste inhoudelijke kennis juist ín de keten. Daarom zou het mooi zijn als wij als opdrachtnemers meer ruimte krijgen om te laten zien welke groene ontwikkelingen er in de sector zijn, in plaats van te moeten wachten op een uitvraag. De opdrachtgever is een belangrijke, maar niet de enige gamechanger.”

Wat laat de bouwsector dan al zien? “We leveren nu al harde cijfers over CO2-uitstoot, materiaalgebruik en energieverbruik. We hebben onze machines geëlektrificeerd; van grote walsen tot kleine graafmachines. We verduurzamen onze bouwplaatsen en verkleinen onze voetafdruk, bijvoorbeeld door in de woningbouw meer in te zetten op houtbouw.”

Dat is de directe uitstoot. Maar de indirecte uitstoot bij de productie van beton, staal en asfalt blijkt vele malen groter. Den Blanken: “Schokkend is dat de koolstofvoetafdruk van deze materialen groter is dan de uitstoot van vliegreizen en de mode-industrie gecombineerd. Als we doorgaan op de huidige weg, halen we de ambitie van een circulaire economie bij lange na niet. Nogal confronterend! We gaan in Nederland én in Europa niet snel genoeg. We staan erbij en kijken ernaar. Dat kunnen we niet accepteren.”

R-ladder
Bron: Planbureau voor de Leefomgeving (2018) - www.pbl.nl

Bij elkaar in de keuken kijken

BAM heeft onlangs GROENR BETON vrijgegeven aan de markt. “Een recept voor duurzamer beton dat breed in de sector kan worden gebruikt. De missie van GROENR is verduurzaamde bouwmaterialen te ontwikkelen tot CO2-neutrale materialen. Het is ook interessant voor toeleveranciers, want GROENR verbindt ons als ketenpartners. We kijken bij elkaar in de keuken, willen elkaar sectorbreed helpen om te verduurzamen. Dit is ook in ons eigen belang, omdat het level playing field van onze sector belemmerend werkt. Als we ons moeten aanpassen aan het tempo van de middenmoot, halen we in Nederland alle snelheid en ambitie uit onze duurzaamheidsopgave. Als BAM blijven we daarom investeren in duurzaamheid, ook als we hier nog onvoldoende voor worden beloond. De businesscase volgt later en ontstaat als Nederland het niveau van pilots en koploperprojecten ontstijgt en structureel gaat kiezen voor duurzaamheid. Nederland beloont duurzaamheid op dit moment onvoldoende.”

Toch gaat de bouwsector zelf niet vrijuit, aldus Den Blanken. “Wat ik tricky vind in de bouwbranche, is dat we te veel benadrukken dat onze sector conservatief en gesloten is. Dit kan onze gezamenlijke wens voor een meer circulaire en biobased bouwketen belemmeren. Er verandert immers alleen iets als we zelf veranderen. Kortom, onze sector heeft een andere mindset nodig.”

Verdienperspectieven

Den Blanken ziet wel degelijk goede verdienperspectieven. “De energietransitie, klimaatadaptatie en de vervanging en renovatie van infrastructuur zorgen voor veel werk, waardoor we meer opdrachten hebben dan we aankunnen.” Overstappen naar een circulaire economie, met nadruk op efficiënt gebruik van middelen (inclusief arbeid), biedt daarbij substantiële verdienmogelijkheden. “Hergebruik van materialen kan namelijk leiden tot kostenbesparing en innovatieve businessmodellen. Hierdoor kan de sector beter omgaan met krimpende budgetten, grondstoffenschaarste en de klimaatcrisis.”

Maar wat als innovaties technisch of financieel mislukken? En niet alles kan biobased zijn, toch? “Klopt”, zegt Den Blanken. “We moeten als sector erkennen en het ook niet erg vinden dat niet alle innovaties in de transitie zullen slagen en dat niet alles biobased kan of hoeft. Innovaties die falen bieden ons de kans om versneld te leren en alternatieve oplossingen te verkennen, en waar nodig bedrijfsmodellen aan te passen om verduurzaming te blijven aanjagen en nastreven.”

Bij de spooronderdoorgang in Hilversum
Bij de spooronderdoorgang in Hilversum was door circulair en duurzaam ontwerp minder materiaal nodig

Kosten van de levenscyclus

Het gebruik van DBM-contracten (Design, Build and Maintain) en publiek-private samenwerking (PPS) kan hierbij nog steeds een aantrekkelijke optie zijn, aldus Den Blanken. “Deze contractvormen stimuleren namelijk dat de kosten van de gehele levenscyclus, inclusief duurzaamheid in infraprojecten, worden meegenomen. Maar dit kan natuurlijk ook in andere meer samenwerkingsgerichte contractvormen die op dit moment in zwang zijn, zoals de tweefasenaanpak. Hierbij simuleren we deze cyclus samen met de opdrachtgever in de eerste fase en bepalen we gezamenlijk het optimum.”

Interessant is dat duurzaam bouwen, onderhouden of renoveren niet per se duurder hoeft te zijn. “Voor een spooronderdoorgang in Hilversum was door circulair en duurzaam ontwerp minder materiaal nodig. Minder kosten dus, en tegelijk meer biodiversiteit en een natuurinclusief kunstwerk. Dergelijke projecten vragen om samenwerkingsgerichte contractvormen voor een langere termijn. Er moet meer samenwerking komen en uitvragen die ruimte bieden voor de toepassing van duurzame oplossingen en materialen. Zo schuiven we de opgave niet langer door naar volgende generaties of andere werelddelen.”

Circulaire bouwketen


Sander den Blanken

Sander den Blanken

Sander den Blanken studeerde civiele techniek aan de TU Delft en het College of Advanced Technology Amsterdam. Sinds vijf jaar zit hij in het managementteam van BAM Infra Nederland, waar hij zich inzet voor duurzame innovaties en vernieuwende integrale samenwerkingsvormen om de bouwketen te verduurzamen.

“Leg de lat maar goed hoog voor ons en beloon dit”

“Schokkend is dat de koolstofvoetafdruk van deze materialen groter is dan de uitstoot van vliegreizen en de mode-industrie gecombineerd”

“Hergebruik van materialen kan namelijk leiden tot kostenbesparing en innovatieve businessmodellen”