Inspelen op de wereldwijde, demografische verschuivingen
Wil Nederland ook in de toekomst gebruik blijven maken van arbeidsmigranten, dan moet er flink wat gebeuren. Dat stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). De instroom uit Polen, Roemenië en Bulgarije droogt op. Nu al gaan er meer Polen weg dan er binnenkomen.

In Nederland wordt ongeveer een op de tien banen vervuld door een arbeidsmigrant. De laatste jaren was Polen de hofleverancier, met als tweede en derde Roemenië en Bulgarije. Maar dit gaat volledig veranderen, zo staat in het eind 2025 verschenen rapport ‘Met de mondiale demografie mee’ van de WRR.
Sterker nog, de ommekeer is nu al zichtbaar. Dat zegt Gijsbert Werner, een van de auteurs van het rapport. “De eerste drie kwartalen van 2025 zijn er meer mensen van Poolse komaf weggegaan uit Nederland dan naar ons land gekomen. Dat is voor het eerst in dertig jaar. En het is precies wat we ook in dit rapport zeggen: de netto-instroom van arbeidsmigranten uit Oost-Europa gaat ophouden, vanwege de krimp van de beroepsbevolking, de vergrijzing en de toenemende welvaart in de herkomstlanden. De gemiddelde werknemer kan nu in Polen een veel beter salaris verdienen dan twintig jaar geleden. Polen heeft de snelst groeiende economie in de EU.”
De grote oorzaak van dit alles: mondiaal zijn er grote demografische verschuivingen gaande. Niet alleen Nederland vergrijst, maar ook de landen die de afgelopen jaren de arbeidsmigranten aan Nederland geleverd hebben. Arbeidskrachten die cruciaal zijn voor sectoren als de bouw, de installatietechniek, de distributie en de land- en tuinbouw. “Hele sectoren zijn in Nederland overeind gehouden door de arbeidsmigratie van lager opgeleiden en vakkrachten”, zegt collega-auteur Roel Jennissen. “We zijn ervan uitgegaan dat die arbeid wordt geleverd door mensen uit Oost-Europa. Onze eigen bevolking hebben we opgeleid voor andere sectoren. We kregen minder spreekwoordelijke loodgieters, want dat deden de Polen al.”
Demografisch dividend
Tot een aantal jaar geleden profiteerden landen als Polen, Bulgarije en Roemenië, maar ook een totaal ander land als China, van wat het ‘demografisch dividend’ heet. Dit betekent dat de beroepsbevolking er relatief groot is ten opzichte van het aantal kinderen en gepensioneerden. De komende tien jaar gaat dit veranderen. China krimpt en kan op termijn moeilijk nog de fabriek van de wereld blijven. Als een land als India die rol niet overneemt, kunnen de wereldprijzen gaan stijgen.
India en andere landen moeten dit demografische dividend nog gaan meemaken. “Je kunt altijd goed kijken naar wat het internationale arbeidsbureau Otto Workforce doet”, zegt Jennissen. “Zij hebben goed op de radar waar de mensen zitten. Ze zijn ook als eerste met de Poolse arbeidsmigranten begonnen. Nog voor de toetreding van Polen tot de EU haalden ze Polen met een Duits paspoort hiernaartoe.” Hij vertelt dat het demografisch dividend nu al zichtbaar is in Noord-Afrika, het Midden-Oosten, Zuidoost-Azië, India, de Filipijnen en Indonesië. “De zorgsector zie je al voorzichtig in de richting van die regio’s en landen bewegen.”
Het Japanse scenario
Werner beklemtoont dat het een politieke keuze is of je dit arbeidspotentieel als Nederland wil aanboren. “De arbeidsmigratie uit Oost-Europa van de afgelopen decennia valt in de EU onder het vrije verkeer van personen. Daar kan Nederland weinig in sturen. Wat wel kan, is sturen via de vraagkant. Met als traditioneel voorbeeld dat we kritischer kunnen zijn op het verlenen van vergunningen voor distributiecentra, want dan heb je ook minder mensen nodig die daarin werken. De huidige demografische verschuiving zal ons meer grip geven op de migratie. We kunnen er namelijk voor kiezen om mensen wel of niet toe te laten uit die nieuwe landen.”
Jennissen vult aan: “Voor die tijd is er zelfs nóg een keuze te maken: wil Nederland afhankelijk blijven van die buitenlandse arbeid? Je kunt er ook voor kiezen dat niet te willen. Maar dan kies je wel voor verlies aan welvaart. In dat geval kun je het Japanse scenario volgen en zeggen: ‘We proberen het op te lossen met automatisering en nemen economische stagnatie op de koop toe’. Je kunt dit ook per sector laten verschillen. Er zijn sectoren waar je niet afhankelijk wíl zijn van het buitenland. Neem de slachterijen: willen we die nog wel in Nederland?”
In actie komen
Veel Europese landen spelen nu al in op de toekomst, zegt Werner. “Er zijn zeer beperkte regelingen voor vakkrachten om van buiten de EU naar Nederland te komen. Dus willen we ook in de toekomst dat arbeidsmigranten bepaald werk verrichten, dan moet je als politiek nu al in actie komen. Zo heeft Duitsland al een partnerschap met een aantal landen gesloten, waaronder India, de Filipijnen en Kenia. Spanje heeft dit gedaan met een aantal Latijns-Amerikaanse landen, zoals Colombia. En Frankrijk met landen in Westelijke Afrika, waar Frans gesproken wordt. België doet het ook. Het komt erop neer dat Nederland binnen de EU zo ongeveer het enige land is dat nog niet inspeelt op de wereldwijde demografische verschuivingen.”
Door Jurgen Tiekstra

Roel Jennissen

Roel Jennissen is senior onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Hij promoveerde op een studie naar de samenhang tussen economische ontwikkelingen en internationale migratie in Europa. Eerder werkte hij bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Gijsbert Werner

Gijsbert Werner is senior onderzoeker bij de WRR en projectleider van het project ‘Nederland in een vergrijzende wereld’. Hij is opgeleid tot evolutionair bioloog en promoveerde op onderzoek naar de evolutie van samenwerking. Tijdens zijn studie werkte hij ook bij de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschappen (USBO).
“De netto-instroom van arbeidsmigranten uit Oost-Europa gaat ophouden”
Met de mondiale demografie mee

Nederland moet tijdig anticiperen op demografische veranderingen buiten de eigen grenzen.
Overzicht van artikelen
Toekomstgeluiden

