Het klimaat bepaalt steeds meer de vestigingsplaats
Het staat buiten kijf dat de klimaatverandering ruimte gaat vergen in Nederland. Denk aan ruimte voor wadi’s, waterberging, groene zones in de stad, dijkverbredingen en nog meer ruimte voor beken en rivieren. Daardoor is niet langer overal alles mogelijk. Mensen hoeven nog niet te verhuizen naar minder natte of minder verzakkende plekken. Maar bedrijven merken wel al dat ze zich niet meer overal kunnen vestigen.
Het begrip ‘klimaatvluchteling’ bestaat sinds 1976. Het World Watch Institute wees toen op misoogsten, watersnood en droogte, waardoor mensen elders op zoek gaan naar betere levensomstandigheden. In 2017 noemde het World Economic Forum waterschaarste als een factor voor conflicten in 45 landen, waaronder Syrië. Oud-commandant der strijdkrachten Tom Middendorp noemde de droogte een ‘aanjaagfactor’ voor de onrust in Syrië.
In Nederland krijgen we nog niet zo snel te maken met mensen die het vanuit het verzakkende en verziltende westen hogerop zoeken in het oosten en zuiden. Wel presenteerde kennisinstituut Deltares in februari 2025 een verdiepende studie naar ‘meebewegen’ als een serieus scenario om de klimaatverandering het hoofd te bieden.
“In het programma Ruimte voor de Rivier zagen we al dat menselijke activiteiten zich steeds meer moeten aanpassen aan het water”, zegt hoofdauteur Carolien Kraan van Deltares. “Zo zijn in de Noordwaard boerderijen afgebroken en herbouwd op terpen, zodat de polder kan dienen als waterberging. En voor de nevengeul van de Waal bij Nijmegen werden in het dorp Lent huizen en bedrijven geofferd.” Elders in Europa ziet Kraan soortgelijke ontwikkelingen. “Aan de Noord-Franse kust worden huizen opgekocht om ruimte te maken voor duinen en kustmoerassen. In Denemarken is een vuurtoren verplaatst wegens afkalvende duinen en in Polen moesten kerken wijken bij de rivier de Oder. Dit zal vaker gebeuren door de toename van extreme neerslag, extreme droogte en zeespiegelstijging.”
Meebewegen
Ook in Nederland gaat de klimaatverandering ruimte vergen. Een van de opties in het scenario ‘meebewegen’ is dat Nederland meegroeit tegen de verzakking in. Kraan: “We denken na over wisselpolders in estuaria: overgangsgebieden in Zeeland en Groningen waar rivieren uitmonden in zee en zoet en zout water bij elkaar komen. Die komen door de getijdenwerking deels onder water te staan en vangen zand en slib. Berekend is dat in dit scenario 25.000 mensen moeten verhuizen. Dat lijkt enorm veel, maar als we bijvoorbeeld al onze kaarten zetten op dijkverhoging moeten 20.000 mensen verhuizen. Hogere dijken worden immers ook bredere dijken.”
Dit soort subtiele demografische trends zijn het gevolg van het in 2022 breed onderschreven principe van ‘water en bodem sturend’. Dit komt neer op het einde van de maakbaarheid in ons land. Niet alles kan meer overal en de aard, kwaliteit en kwantiteit van het water en de bodem zijn sturend. “We durven water en bodem sturend alleen nog te weinig toe te passen”, zegt Edwin van der Strate, adviseur klimaatadaptatie bij adviesbureau TAUW en bestuurder bij VNO-NCW Midden. “Waterschappen en gemeenten wekken vaak de indruk dat ze altijd de veiligheid waarborgen en kunnen garanderen dat er genoeg en niet te veel water is. We moeten leren om het eerlijke verhaal te vertellen. Niet om inwoners en ondernemers bang te maken, maar om duidelijk te maken dat we het veranderende klimaat niet in de hand hebben.”
Sturen, aansporen, handelingsperspectief bieden
Gemeenten en waterschappen kunnen wel sturen, aansporen en handelingsperspectief bieden. Stijgt de grondwaterstand, dan lopen meer kelders onder. Als je het je kunt permitteren, impregneer dan je kelder. En een hete woning kun je isoleren en van zonwering voorzien om de hitte buiten te houden. “Het kost wat, maar je huis wordt ook meer waard”, aldus Van der Strate. “Spoor mensen ook aan om na een overstroming geen houten vloer meer op de begane grond te leggen en de stopcontacten 50 cm hoger te installeren. Want zo’n waterbom als in 2021 in Valkenburg viel, kan vaker vallen.”
Een kleine Valkenburg-bui viel bijvoorbeeld in juli 2024 in Enschede, een stad op de rug van het Twentse stuwwallandschap. In drie uur tijd viel er tussen de 85 en 100 mm regen. Het honderd jaar oude wijkje Pathmos lag op het diepste punt van de badkuip. De bouwkundige staat van een aantal huizen was zodanig dat het regenwater en het vrijkomende rioolwater zich in de isolatie en in de poreuze muren zoog.
Calamiteitenplan voor extreem weer
De woningcorporatie in Enschede is van plan om dertig woningen te slopen en er twintig te renoveren. “Ook investeren we de komende jaren tientallen miljoenen om de stad beter bestand te maken tegen de klimaatverandering”, zegt Rik Meijer, senior beleidsadviseur klimaatadaptatie bij de gemeente Enschede. Zo komt een deel van de 85 (!) beken die ooit zijn gedempt terug. Ook komen er meer wadi’s, groenstroken en bassins in parken. “En we willen water bovenstrooms van de stuwwal opvangen, zodat het minder door de stad stroomt.”
Maar alle schade voorkomen lukt niet. Meijer: “Het klimaat wordt alleen maar extremer.” Zowel gemeente als woningcorporatie signaleren dat sommige groepen mensen meer worden geraakt door de klimaatverandering. “Deze groepen voorrang geven op een veiliger huis gaat niet zomaar”, zegt Meijer. “Bovendien wonen ze met veel plezier in Pathmos. Daarom hebben we nu een calamiteitenplan voor extreem weer om mensen beter voor te bereiden en bewust te maken van wat ze zelf kunnen doen. Denk aan het uitreiken van zandzakken en tijdige communicatie in de buurt, zodat buren elkaar helpen.” De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) rapporteerde in januari 2026 dat er in Nederland 47 wijken bestaan die soortgelijke risico’s lopen als Pathmos.
Vergunning weigeren
Hoewel verhuizen als gevolg van de klimaatverandering vooralsnog nauwelijks aan de orde is, speelt dit bij bedrijven al wel. Zij zullen zich meer gaan vestigen op plaatsen waar voldoende water beschikbaar is. Een drinkwaterbedrijf als Vitens vraagt sinds 2021 aan elke zakelijke klant of ze echt wel water van drinkwaterkwaliteit nodig hebben voor hun productieproces. Dit omdat goed drinkwater in lange, droge periodes schaars is. “In 2021 hebben we een vergunning geweigerd aan een bedrijf in de voedselverwerkende industrie”, herinnert Gerben Korten, bestuursafgevaardigde van Vitens voor Overijssel, Gelderland en Flevoland, zich. “Dit leidde tot heel wat commotie, tot en met een boze wethouder aan de telefoon. Zij rekende al op economische groei in haar gemeente.”
Korten constateert dat er tegenwoordig gelukkig meer bewustzijn is en dat bestuurders beseffen dat er op sommige plaatsen niet voldoende drinkwater beschikbaar is. Toch komt hij regelmatig teleurgestelde bestuurders tegen als Vitens zo’n aansluiting weigert. “Drinkwaterbedrijven hebben alleen een wettelijke leveringsplicht voor burgers, niet voor bedrijven. Datacenters vallen sowieso af. We zetten geen drinkwater in voor koelwater.” Dit leidt er soms toe dat een bedrijf een andere kwaliteit water krijgt of een eigen koelwatersysteem ontwikkelt.
Multibronnen
Vitens steekt de hand ook in eigen boezem. “We werken aan zogenoemde ‘multibronnen’, waarbij de drinkwaterinfrastructuur niet alleen meer met grondwater wordt gevoed”, zegt Korten. “Op het terrein van de oude IJsselcentrale bij Zwolle nemen we bijvoorbeeld IJsselwater in om het op te werken tot drinkwater. Tot nog toe verlopen de proeven goed. Daarnaast verkennen we hoe we de verdeling in Overijssel kunnen verbeteren via twee nieuwe drinkwaterverbindingen tussen het westen en oosten van de provincie. En aan bestuurstafels overleggen we hoe procedures voor drinkwaterwinning korter kunnen. Want alleen samen, dus met gemeenten, provincies en het Rijk, kunnen we klimaatverandering het hoofd bieden.”
Door René Didde
Carolien Kraan

Carolien Kraan promoveerde op klimaatadaptatie aan de University of Miami en vervolgens ook in Stanford aan hetzelfde onderwerp. Sinds twee jaar is ze senior adviseur en onderzoeker klimaatadaptatie bij kennisinstituut Deltares.
Edwin van der Strate

Edwin van der Strate studeerde milieutechnologie aan Wageningen Universiteit. Hij is actief als milieuadviseur en als manager klimaatadaptatie bij adviesbureau TAUW. Ook is hij bestuurder bij VNO-NCW Midden en hitteadviseur bij het Klimaatverbond, een samenwerkingsverband van decentrale overheden.
Rik Meijer

Rik Meijer werkte na zijn studie civiele techniek en verkeerskunde bij verschillende gemeenten. Sinds 2006 is hij senior beleidsadviseur bij de gemeente Enschede op het gebied van water, riolering en klimaatadaptatie. Hij is ook trekker van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, werkregio Twents waternet.
Gerben Korten

Gerben Korten studeerde civiele techniek aan de Haagse Hogeschool en deed daarna een master construction and civil management aan de Southbank University in London. Hij werkte bij adviesbureau DHV en was projectmanager bij de gemeente Haarlem. Sinds 2016 is hij regionaal bestuursafgevaardigde bij Vitens.
“Berekend is dat in dit scenario 25.000 mensen moeten verhuizen”
Eindrapportage oplossingsrichting 'meegroeien'
Een verkenning van denkrichtingen om Nederland ook op lange termijn veilig en leefbaar te houden bij zeespiegelstijging.
“Het honderd jaar oude wijkje Pathmos lag op het diepste punt in de badkuip”
Pathmos

Een wijk met karakter in Enschede, waar alle straatnamen verband houden met de historische textielindustrie (Foto's: Marcel van den Bergh).
“Bedrijven zullen zich meer gaan vestigen op plaatsen waar voldoende water beschikbaar is”
Overzicht van artikelen
Toekomstgeluiden

