Wat doen andere landen om de economie draaiende te houden?
In Nederland gaan de komende jaren grote groepen mensen met pensioen, terwijl het aantal geboortes daalt en de vraag naar personeel blijft groeien. Wie zorgt er straks voor onze ouderen? Wie bouwt de huizen, rijdt de bussen en legt de wegen aan? Ook over de grens worstelen beleidsmakers hiermee. Landen gaan bovendien verschillend met deze demografische vraagstukken om.
Japan: technologie
Japan wordt gezien als een land dat de deuren sluit voor migranten. Maar volgens Anoma van der Veere, Japan-correspondent bij de NOS, klopt dat beeld niet helemaal. Er wonen inmiddels ruim vier miljoen migranten in Japan, 3 procent van de bevolking. “Dat is weinig vergeleken met Europese landen, maar het is niet niets”, zegt hij. “De afgelopen tien jaar is migratie juist enorm gestimuleerd.”
Die migratie ligt politiek gevoelig. Japan heeft buitenlandse werknemers steeds harder nodig, maar organiseert migratie vaak alsof die tijdelijk is. Mensen krijgen een werkvisum voor een paar jaar. “Zo werkt migratie natuurlijk niet. Veel mensen blijven.”
Japan wijst ook graag naar technologie om krapte op de arbeidsmarkt op te vangen: robots in de zorg, automatisering en kunstmatige intelligentie. De praktijk is echter weerbarstig. “Zorgrobots halen vaak het nieuws”, zegt Van der Veere. “Maar ze zijn nauwelijks grootschalig bruikbaar.” Een exoskelet dat hij zag in een zorginstelling boven Tokio moest verzorgers helpen bij zwaar fysiek werk, maar kon niet tegen water – terwijl het personeel juist hulp nodig had bij het uit bad tillen van patiënten.
Ook kunstmatige intelligentie lost de tekorten niet vanzelf op: die ontwikkelt zich vooral snel in kantoorwerk en defensie, terwijl de grootste tekorten juist voorkomen in de zorg en maakindustrie. “De vraag is waar je innovatie stimuleert”, zegt Van der Veere. “Aan de frontlinie van defensie of in de zelfredzaamheid van de samenleving?”
Duitsland: bilaterale samenwerking
Duitsland kiest een andere route. Het land presenteert zich explicieter als immigratieland en probeert buitenlandse vakmensen aan te trekken. Er zijn vakkrachtenregelingen, afspraken met landen buiten Europa en programma’s waarbij mensen al in het land van herkomst taaltraining of scholing krijgen. Duitsland wordt daarom vaak genoemd als voorbeeld voor Nederland.
Arbeidsmarktadviseur bij het UWV Michel van Smoorenburg is kritisch. Jarenlang was de Duitse arbeidsmarkt krapper dan de Nederlandse. De omslag kwam in 2022: door de stagnerende economie daalde het aantal vacatures fors. “De belangrijkste factor is de economie”, zegt hij. “Als die goed draait, krijg je veel vacatures. Dan komen de mensen vanzelf, beleid of niet.”
Van prognoses voor over tien, twintig of zelfs honderd jaar blijft Van Smoorenburg weg. “Daarvoor is de toekomst te onvoorspelbaar.” Covid en de oorlog in Oekraïne lieten zien hoe plotseling migratie en arbeid kunnen verschuiven: in 2022 kwamen ongeveer twee miljoen migranten naar Duitsland, in 2024 de helft.
Toch ziet hij lessen in de Duitse aanpak. Duitsland werkt vaker met bilaterale afspraken waarbij mensen al in het land van herkomst worden voorbereid op werk, met taal, scholing en erkenning van vaardigheden. In Nederland wordt werving in het buitenland vooral overgelaten aan private partijen.
Europa telt nog veel onbenut arbeidspotentieel, zegt Van Smoorenburg. Alleen voor specifieke beroepen, zoals gespecialiseerde technici, ingenieurs of verpleegkundigen, kan gerichte werving buiten Europa nodig zijn. “De toekomst zit in hoogproductief werk. Als laagproductieve sectoren te makkelijk goedkope arbeid kunnen blijven aantrekken, blijven lonen laag en wordt innovatie geremd.”
Spanje: migratie
Spanje heeft een zeer laag geboortecijfer, maar groeit de laatste jaren toch door migratie. Volgens socioloog Berta Álvarez-Miranda van de Universidad Complutense de Madrid heeft dit een demografische noodzaak én is het een onontkoombare realiteit. “Jonge Spanjaarden willen niet meer werken in de Spaanse niche op de arbeidsmarkt, in de landbouw, visserij, bouw, huishoudelijk werk, ouderenzorg, horeca en toerisme. Migranten springen in dat gat.”
Een belangrijk verschil met Nederland is de Spaanse padrón: het gemeentelijke register waarin inwoners zich inschrijven. Ook mensen zonder verblijfsvergunning kunnen daarin worden opgenomen. Hierdoor krijgen zij toegang tot gezondheidszorg, kunnen hun kinderen naar school en weten gemeenten beter wie er daadwerkelijk woont. De politie gebruikt het register volgens Álvarez-Miranda niet om mensen op te sporen en uit te zetten. “Dat mensen zonder verblijfsvergunning zich bij een gemeente kunnen inschrijven, strookt niet helemaal met de algemene migratieregels, maar het helpt wel om hen in het systeem te houden.”
Dit jaar ging Spanje een stap verder met een ‘buitengewone regularisatie’. Mensen zonder verblijfsvergunning die al vóór 2026 in Spanje waren en konden aantonen dat zij er minstens vijf maanden onafgebroken woonden, konden een tijdelijke verblijfs- en werkvergunning aanvragen. Zij moesten daarnaast werk, familiebanden in Spanje of een kwetsbare situatie kunnen aantonen. Bijna 1,2 miljoen mensen dienden een aanvraag in.
Over die regularisatie woedt in Spanje een fel politiek debat. Voorstanders willen mensen die al in het land wonen, werken en bijdragen aan de economie uit de illegaliteit halen en een gat laten opvullen op de arbeidsmarkt. Tegenstanders zien zulke maatregelen als een teken dat het migratiebeleid tekortschiet. Álvarez-Miranda begrijpt beide standpunten: “Je kunt niet honderdduizenden mensen jarenlang zonder rechtszekerheid laten leven. Tegelijkertijd zijn betere legale migratieroutes nodig, zodat regularisatie onnodig is.”
De Spaanse aanpak houdt mensen die er al wonen in beeld, geeft hun toegang tot basisvoorzieningen en biedt via regularisatie de mogelijkheid tot rechtszekerheid. De les voor Nederland is volgens Álvarez-Miranda dan ook om mensen die er al wonen en werken niet buiten te sluiten. “Richt legale migratieroutes zó in dat deze mensen niet eerst in de illegaliteit belanden.”
Geen simpele oplossing
Volgens Monique Kremer, voorzitter van de Adviesraad Migratie, laten deze landen vooral zien dat migratie geen simpele oplossing is voor de vergrijzing. “Mensen die hierheen komen, worden ook ouder”, zegt ze. Landen die blind inzetten op arbeidsmigratie schuiven het probleem volgens haar hooguit een generatie op.
Arbeidsmigratie kan een rol spelen, maar dan gericht: in sectoren met grote tekorten én maatschappelijk belang, zoals de energietransitie en de zorg. Daarbij moet meer worden geregeld dan toelating alleen. Werkgevers die mensen van buiten de EU willen aantrekken, zouden volgens de Adviesraad Migratie aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen, zoals fatsoenlijke huisvesting, aandacht voor taal en toekomstperspectief. Ook moet Nederland oog hebben voor de gevolgen in de herkomstlanden.
Daarom kijkt Kremer met belangstelling naar de Duitse migratiepartnerschappen, waarin mensen worden geworven én opgeleid. Een deel vertrekt naar Duitsland, een deel blijft uiteindelijk toch in het herkomstland. Dat is een andere manier van denken dan, zoals zij het noemt, “een blik arbeidsmigranten opentrekken”.
Ook Spanje biedt volgens Kremer een les, al is het niet per se een model om zomaar te kopiëren. “Regularisatie achteraf is niet ideaal; liever organiseer je migratie goed aan de voorkant. Wel sluit Spanje minder de ogen voor mensen zonder verblijfsvergunning die er al zijn en vaak al werken.” Nederland doet dit volgens haar wel te vaak.
De vraag is volgens Kremer welke samenleving Nederland wil zijn. “Voor welke sectoren hebben we extra handen van buitenaf nodig? Onder welke voorwaarden komen mensen hier werken? En hoe zorgen we dat zij duurzaam onderdeel worden van de samenleving?”
Door Noortje Smeltink
Anoma van der Veere

Anoma van der Veere is Japan-correspondent voor NOS en NRC en onderzoeker bij het Leiden Asia Centre. Hij schrijft over politiek, samenleving en technologische innovatie in Japan en Oost-Azië.
Michel van Smoorenburg

Michel van Smoorenburg is senior arbeidsmarktadviseur bij UWV. Hij doet onderzoek naar arbeidsmarktkrapte, internationale arbeidsmarktontwikkelingen en arbeidsmigratie.
Berta Álvarez-Miranda

Berta Álvarez-Miranda is socioloog aan de Universidad Complutense de Madrid. Ze doet onderzoek naar migratiebeleid, publieke opinie en integratie in Spanje.
Monique Kremer

Monique Kremer is voorzitter van de Adviesraad Migratie en bijzonder hoogleraar actief burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam. Ze houdt zich bezig met migratie, arbeidsmarkt en burgerschap.
“Duitsland werkt vaker met bilaterale afspraken waarbij mensen al in het land van herkomst worden voorbereid op werk”
"Richt legale migratieroutes zó in dat deze mensen niet eerst in de illegaliteit belanden"
“Landen die blind inzetten op arbeidsmigratie schuiven het probleem hooguit een generatie op”
Overzicht van artikelen
Toekomstgeluiden


