Wat vergrijzing betekent voor vrouwen en werkgevers
De vergrijzing heeft grote gevolgen: er ontstaan forse arbeidsmarkttekorten én is er in de hele samenleving meer behoefte aan mantelzorg. In Nederland komt die mantelzorgtaak onevenredig vaak bij vrouwen terecht. Wil je vrouwelijke werknemers behouden, dan vergt dat een veel flexibeler bedrijfscultuur, stellen hoogleraren Sarah Wolff en Helga de Valk.
In 2025 vond er een verschuiving plaats die maar weinig mensen zullen hebben waargenomen. Maar voor Helga de Valk, hoogleraar en directeur van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI), was het een opmerkelijk moment. Toen telde Nederland voor het eerst meer 65-plussers dan 20-minners. “De bevolkingspiramide met in de brede onderste laag de jongeren en in het smalle puntje de alleroudsten wordt omgekeerd: smalle basis, brede top.” Volgens De Valk is dit geen tijdelijke situatie. “Het is de voorbode van een nieuwe norm. Met migratie kunnen we de krimp dempen, al is het geen duurzame oplossing voor het probleem van een kleinere beroepsbevolking.”
Vergrijzing is niet genderneutraal
De consequenties van de vergrijzing blijven bovendien bestaan. En die zijn niet genderneutraal. Vrouwen leven gemiddeld langer, werken vaker parttime en onderbreken hun loopbaan vaker voor zorgtaken. Dat heeft verstrekkende gevolgen, ook financieel. Sarah Wolff, hoogleraar Europese politiek en migratieonderzoeker aan de Universiteit Leiden, wijst op Europese cijfers: van alle senioren in de EU loopt naar schatting 20 procent kans op armoede. Onder vrouwen ligt dit risico echter 35 procent hoger. “Mensen denken daar niet aan als ze minder gaan werken, maar later blijken die ongelijkheden heel groot."
Bovendien blijven de zorgtaken onevenwichtig verdeeld. Nederlandse moeders zijn tussen 1995 en 2015 per week 19 uur meer gaan werken, terwijl Nederlandse vaders 0,4 uur per week meer zijn gaan zorgen. “Zorgtaken blijven heel erg bij de vrouw liggen”, beaamt De Valk. “En als mannen iets meer gaan doen, zijn het vaak de leuke zorgtaken: het voorlezen voor het slapengaan, maar niet de badkamer schoonmaken.” Zelf liet ze haar tienerzoon stofzuigen. “Het is wetenschappelijk onderzocht dat zo’n ervaring in de jeugd bijdraagt aan een evenwichtiger verhouding later in het leven.”

Wie zorgt er straks?
En wie zorgt er straks voor de ouderen zelf? “In Nederland en West-Europa is de familiesolidariteit veel minder sterk dan op andere continenten”, stelt Wolff. “We plaatsen mensen in verpleeghuizen, maar hebben we daar genoeg personeel voor?” Wolff vindt dat het tekort aan arbeidskrachten in cruciale sectoren als de zorg en het onderwijs aanleiding moet geven tot een debat over arbeidsmigratie. “Dit heeft tot nu toe niet plaatsgevonden vanwege de sterke focus op asielzoekers."
Nóg meer vragen van mantelzorgers is wat haar betreft geen goed idee. “Vrouwen worden dubbel belast als de zorgtaken grotendeels bij hen liggen: eerst als ouder die moet schipperen tussen zorg en carrière – soms met uitval op het werk als gevolg – en later als mantelzorger voor de eigen ouders.”
Radicale maatregelen
Voor werkgevers is de vergrijzing al voelbaar. De uitstroompiek van ouderen uit de arbeidsmarkt ligt tussen 2030 en 2035, als de mensen die rond 1965 zijn geboren met pensioen gaan. “Demografie is slow science”, zegt De Valk. “Als je het merkt, is het eigenlijk al te laat voor beleid. En niet een beetje, maar twintig jaar.”
Ook andere sectoren dan de zorg gaan dit merken en moeten met radicale maatregelen komen om hun personeel vast te houden. Wachten op een vanzelf stijgend geboortecijfer is immers geen optie. “Er is geen enkele aanwijzing dat we jonger zullen sterven of meer kinderen gaan krijgen”, stelt De Valk nuchter.
Verlof dat meebeweegt
De oplossing ligt in een combinatie van maatregelen op het gebied van beleid, organisaties én cultuur. De Valk onderscheidt een aantal concrete stappen die werkgevers nu kunnen zetten om hun werknemers te behouden. “Het kán”, benadrukt ze. “Maar het vraagt wel een langetermijnvisie van bedrijven.”
Als eerste stap noemt De Valk volwaardig ouderschapsverlof voor beide partners. “In Nederland doen we net het wettelijk noodzakelijke. Wil je dat mannen participeren in de zorg voor hun gezin en wil je zuinig zijn op de nieuwe generatie, dan is dat een hele belangrijke stap.” In Scandinavische landen vervalt verlof als de partner het niet opneemt: een bewezen effectief instrument om de zorglast te verdelen. Meebewegen is dus het credo. Daar zouden verlofregelingen ook op aangepast moeten worden, om niet alleen jonge ouders, maar ook de mantelzorgende vijftigers en zestigers met plezier naar hun werk te laten gaan.
Daarnaast is actief investeren in ontwikkeling. Het zou volgens De Valk veel normaler moeten zijn om medewerkers de vraag te stellen: wat zou je nog willen en kunnen? “Want een vijftiger moet - en mag - nog bijna twintig jaar werken. En die heb je heel hard nodig. Denken over werknemers in termen van 'Die gaat er toch zo uit' is echt voorbij.”
Wonen is het nieuwe zorgen
Daarbij hoort ook een andere kijk op wonen en werken. De Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 stelde het al: ‘Wonen is het nieuwe zorgen’. Als generaties dichter bij elkaar wonen en scholen worden ingericht als ontmoetingsplekken voor jong en oud, kan de zorglast anders worden verdeeld. Hier geldt: denk én bouw flexibel. Dan is Nederland bestand tegen deze demografische storm, al zullen deze vormen van bouwen en wonen de nodige dilemma’s en discussies opleveren. Wolff, optimistisch: “Maar misschien is Nederland, als klein land met een hoog welvaartsniveau, wel dé plek voor dit soort gesprekken.”’
Door Rosanne Kropman
Helga de Valk

Helga de Valk is directeur van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) en is als hoogleraar migratie verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze was plaatsvervangend voorzitter van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050.
Sarah Wolff

Sarah Wolff is hoogleraar mondiale politiek en internationale betrekkingen aan de Universiteit Leiden en gastprofessor aan het College of Europe in Brugge. Vanuit die expertise kijkt zij naar de gevolgen van internationale migratie voor samenlevingen, beleid en bestuur in Europa.
“Vrouwen worden dubbel belast als de zorgtaken grotendeels bij hen liggen”

Nederland moet kiezen voor gematigde groei van de bevolking tot 2050 naar 19 tot 20 miljoen mensen. Dit is belangrijk om ervoor te zorgen dat wonen, zorg en onderwijs voor iedereen goed bereikbaar blijven. Ook helpt het om de leefbaarheid in het land te behouden.
"Ook andere sectoren dan de zorg moeten met radicale maatregelen komen om hun personeel vast te houden"
"Denk én bouw flexibel. Dan is Nederland bestand tegen deze demografische storm"
Overzicht van artikelen
Toekomstgeluiden


